Wim van Tol

In tegenstelling tot wat gangbaar is, beslaat het werk van Wim van Tol (1947) zowel het abstracte als het realistische. Om zijn environments te doen ontstaan gebruikt hij beide componenten, omdat ze beiden in een cultuur tegelijkertijd voorkomen. En daarnaast moet het volgens hem ook nog esthetisch verantwoord zijn. Derhalve is zijn werk niet in gangbare stroming te vangen. Toen hij zich ging verdiepen in de bewerking van vuursteen vond hij dat hij zijn grenzen moest stellen. Dit geldt ook voor de keuze van de steensoorten. Hij gebruikt hoofdzakelijk kalksteen, marmer en hardsteen om de oudheidkundige sfeer te benadrukken. Ze drukken de met een religieus stelsel verbonden gevoelens van dreiging, afweer, onderwerping en dankbaarheid uit.

Wim: ‘wanneer ik een enkel stuk weer bij een particuliere verzamelaar in zijn werkkamer terugzie, zie ik het niet het autonome kunstwerk maar een deel van een verzameling, zoals bijvoorbeeld een grafvondst dat is. Ik bedoel, ik zie dan niet een stuk uit het ouevre van Van Tol, maar een stuk dat dan en dan, daar en daar, deel uitmaakte van een op dat moment bestaand totaal.’

Opleiding :
Cees Schrikker, Hendrik Johannes Slijper Laren, Beint Mankes, Gooise Akademie voor Beeldende Kunsten-Laren [1969], Steenhouwersschool te Utrecht.

Exposities (selectie):
De Vaart – Hilversum, Schiphol Airport , Art Fair London , Kunstbeurs Gent [België] , Kunstbeurs Moskou [USSR], Allard Pierson Museum Amsterdam, James Daugherty Gallery – San Francisco [USA] , Galerie de Twee Pauwen – Den Haag , Galerie/Beeldentuin Contemporary Art Centre- Schalkwijk, , CAC – Laren, Art Twente , AFA – Nationale Kunstbeurs , Holland Art Fair, Galerie Lilly Zeligman, Kunst op de brink Laren en Kunst & Antiek Weekend Naarden.

 

 

 

Wim van Tol